Zo beleefde ik Indonesië eenmaal anders.

Jakarta, hoofdstad van Indonesië, sedert 1949.


Vorige maand was ik nog in Maleisië. Wij zijn nu de tweede week van september 2004 en ik bevind mij met mijn vriendin Melissa op de vlieghaven van Frankfurt en ik wacht ongeduldig op de vlucht naar Indonesië. Ik ben zeer nerveus, aangezien ik geen idee heb, wat me te wachten staat. De vakantie zal in menige opzichten iets nieuw zijn. Ik was nog nooit 6 weken in een stuk met vakantie.

INDONESIA

Maar het is voor alle dingen mijn eerste rugzakvakantie. Wij kennen noch onze reisroute in Indonesië, noch waar wij in de loop van de eerste nacht in Jakarta zullen overnachten. Alles wat wij weten, staat in onze absoluut noodzakelijke reisgids, die ons de volgende 6 weken zal vergezellen.

En aldus, landen wij na 16 uur vlucht, met een verblijf in Bangkok en Singapore, tenslotte in Jakarta, de hoofdstad van Indonesië. Ik ben volledig uitgeput, aangezien ik geen oog op de nachtvlucht wegens de zenuwachtigheid heb gesloten. Ik ben intussen sinds 30 uur op de benen. Nu zitten wij in de bus die ons in het centrum van Jakarta brengt. 1 uur duurt de reis, met 35 graden in de schaduw met een schrotrijpe omnibus.

Bawamataluo-Indonesia.


De stad is reusachtig, de armoede is overal zichtbaar en schokkend.  Ik heb nooit voorheen sloppenwijken gezien, maar ik heb me deze echter altijd zo voorgesteld. Plaatijzeren “woningen” de ene naast de andere, tussen verschillende verlaten wrakauto's, en op de straten branden de vuilnisbakken. Maar meer schokkend is dat tussen deze staalhutten, de grote weerspiegelde banken en industriegebouwen staan. Een contrast dat altijd in het geheugen zal blijven.

Batursemeru-Indonesia.

Het centrum daartegen lijkt op die van Europese grootsteden met McDonalds en warenhuizen. In plaats van de vele taxi’s, rijden hier kleine rode bromfiets-Bejaks met een ongelofelijke snelheid door de stad. Hier stijgen wij uit de bus en worden onmiddellijk door enkele Indonesiërs omgeven die ons een kamer willen aanbieden. Maar voorzorg! In de reis gids staat vermeld dat als men op het aanbod van deze slepers ingaat, men hun commissie meebetaald. Wij gaan aldus te voet naar Jalan Jaksa.

Bromfiets-Bejaks in Jakarta.

Hier zijn de goedkopere huisvestingen voor rugzakreizigers. En nu vaart mij de angst eerst echt door mijn ledematen. Ik heb absoluut niet met een edele kamer gerekend, maar deze slaapgelegenheid laat echt te wensen open. Onze zeer kleine kamer bevat behalve het bed in metaal, vergeelde lakens en een ventilator. Er zijn noch tapijten noch muurpapier, en de pleisterkalk brokkelt van de wanden.  Het zeer kleine venster is met een muskietnet overdekt, waarvan de gaten zo groot zijn als tennisballen. Het toilet op de gang bestaat in werkelijkheid slechts uit een gat in de bodem en de spoeling gebeurt met een pollepel. De kanalisering van de douche hangt eenvoudigweg uit de wand, zonder douchebekken of afloop. Dat heeft natuurlijk tot gevolg dat het water onder de deur wegstroomt en gang naar beneden.  Maar daarvoor kost de kamer slechts 15000 Rupiah, + - 7 Euro.
Als ik zweet overstroomt in mijn bed lig, ingewreven met junglemelk, vraag ik me af,, of een rugzakvakantie echt iets voor mij is. Maar zoals het later zou blijken, is dit verreweg het meest interessante soort reis, en dit zeker niet de laatste keer is. De volgende dag verlaten wij vluchtig Jakarta. Wij zoeken ons eerst een kalme plaats om te kunnen uitrusten. Daarvoor gaan wij naar de westerse kust van Javas, naar Carita.
Java is het belangrijkste van de 13000 eilanden Indonesië. Zij is weliswaar niet de grootste, maar 2/3 van de bevolking van het land wonen hier en bijna alle industrieën zijn hier gevestigd. De 100 km lange busreis kost ons 2 Euro, "verbazingwekkend goedkoop", denken wij ons en ontdekken later dan men ons eenvoudig het dubbele tarief heeft aangeknoopt. Toeristen betalen altijd een beetje meer. De gewenste rust vinden wij het aan het kilometerlange strand van Caritas. Na een uitgebreide wandeling, komen wij in afgelegen dorpen, waar de toeristen nog zeldzaam zijn. De splinternaakte kinderen lopen een eeuwigheid achter ons aan. Misschien ligt het aan het feit dat wij hun vooreerst kauwgommen hebben aangeboden.

Kinderen aan het strand van Carita, Java.

De tweede nacht van onze vakantie Indonesiërvakantie, verbrengen wij in een wondermooie en romantische bamboehut met een dubbel bed en een Veranda, een droom na de muffige hut in Jakarta. Helaas komen wij terug niet aan onze verdiende slaap. De  hut ontpop zich weldra als doorgangsweg voor de ratten en de muskieten schijnen in het bijzonder het Europese bloed te verkiezen. Wij hebben aldus nog een andere rustdag nodig. Wij gebruiken deze, om ons een muskietennet te kopen, en om ons met twee Parijserinnen, Judith en Lydia te sympathiseren en met hen de Indonesische keuken uit te proberen.
Wij gaan in "een typisch Indonesische Warung", dit is een klein Indonesische straatrestaurant. Wij bekomen 2 Nasi Goreng, 3 Coca, 1 thee en 3 liter water, voor een totaal van 2,5 Euro. Helaas treft ons vervolgens de obligate kolieken.

Indonesische Wahrung.

Maar nu kan ons niets meer verwonderen en de vakantie kan nu echt beginnen. De volgende ochtend, zetten wij ons aldus op weg naar Bogor, met halte in Rankaspitung. Hier woont, Gung, een leraar die wij in Carita hebben kenengeleerd. Hij bestaat erop, dat wij zijn school moeten bezoeken. Een echte ervaring, niet alleen voor ons. Wij worden door verschillende klassen geleid, waar de kinderen ons met de open mond aanstaren. Nu is het ons eveneens duidelijk, waarom wij zo weinig mensen hebben ontmoet die engels spreken. Ons gesprek met de lerares die engels onderwijst, word daardoor moeilijk, door het feit, dat wij geen enkel woord van haar begrijpen.

School in Rankaspitung, Java.

Het gaat het verder met een Bejah. Ik kan nauwelijks geloven dat deze kleine kerel ons alle drie in zijn fietstaxi wil vervoeren. Maar nadien wij ons alle drie in de kleine cabine hebben gedrukt, gaat het verder. Niet bijzonders snel, maar wij komen tot aan onze bus. Deze brengt ons in 3 ½ uur naar Bogor. Deze 50 km brengen ons door een dicht bebost regenwoud. Wijd en breed, niets ander te zien als groene struiken en bomen. Hoe mooi deze aanblik ook is, zo ongelooflijk zijn ook de regenvallen, die in deze jungle neerdruipen.

Fiets-Bejak

Dit moeten wij meebeleven, totdat wij Bogor bereiken. Zodat wij niet onder de regen moeten blijven, stijgen wij aanstonds in een taxi, die ons direct naar het volgende hotel brengt. Maar een kort oversteken van de weg, voldoet opdat wij tot aan onze knoken doornat zijn. Het water vloeit als een stroom door de straat. Wanneer wij in het hotel storten, is er geen kledingstuk meer droog op ons lichaam. Dan is het ook egaal, als men in een luxhotel aankomt. 35 Euro kost de goedkoopste dubbelkamer. Bij mijn optredens ben ik dit gewoon, maar voor een rugzakvakantie in Indonesië, vind ik dit niet goedkoop. Zoveel baargeld heeft men in Indonesië eenvoudigweg niet in zijn tas. Halo Visacard.

BALI-INDONESIA-2

Bogor bevindt zich aan de voet van een vulkaan, de 2958m hoge, Gunung Gede. Deze willen wij absoluut beklimmen, een eerste hoogtepunt van onze vakantie. Alzo maken wij ons met Judith en Lydia die wij in Bogor teruggevonden hebben, op de weg naar Cibodas, het uitgangspunt voor Gede beklimming.

Intussen zijn wij eraan gewend, zodat de enorme spin voor het venster ons niet meer stoort. Het lichaam van dit kleine monster heeft een lengte van ongeveer 15 cm en de benen nog een keer zo lang. Men heeft het gevoel een robot voor zich te hebben, dat zich op afstand bediend langzaam naar haar net verplaatst.

Lombok-Indonesia-2

De volgende ochtend, staan wij om 7 uur op, daar wij een moeilijke beklimming voor ons hebben. Het duurt alles vaak langer dan voorzien en aldus komen wij rond 9.30 uur in het nationale park van Gunung Gede aan. De beklimming is ongelooflijk prima.  Een nauwe weg wend zich door de dichte jungle. Met een luchtvochtigheid van bijna 100%, bestijgen wij de berg. Door de groene vegetatie, met varens, bananenpalmen, bamboes en lianen. Dampende hete stromen, waarvan het water binnen de berg wordt verwarmd, kruisen ons de weg. Om 15.00 uur bereiken wij volledig uitgeput de top.

         Beklimming op de Gunung Gede.                                   Beklimming op de Gunung Gede.

Wij staan op de kraterrand en kunnen alleen maar enkele meter ver zien, omdat er hier zoveel mist is. Spijtig, maar tijdens de namiddag tocht het hier altijd op de verwarmde aarde. Alzo maken wij ons zeer snel op de terugweg. Maar helaas reeds te laat. Wanneer wij 1/3 van de afdaling achter ons hebben, wordt hij reeds donker.  En donker, heet in de jungle werkelijk donker. Men kan zijn hand voor zijn ogen niet meer erkennen, laat staan de weg. Wij tastten wij ons aldus in ganzenstap, aan onze handen houdend, het smal pad naar beneden. De enige lichtstralen komen van kleine gloeiwormpjes en een schuim dat een phosphorescent werking heeft. 3 uur lang glijden wij stap voor stap de berg eraf, vallen in de stromen en over boomstammen en brenge misschien 1000m achter ons. Maar wij hebben geluk en worden van 2 Indonesiër met zaklampen overhaalt. Deze verlichten ons de resterende weg, op deze wijze komen wij tegen 23.00 uur verlicht terug uit het donkere bos. Als wij niet dit geluk hadden gehad, zouden wij waarschijnlijk de hele nacht centimeter per centimeter de berg naar beneden zijn gegaan. Zo vallen wij na een vermoeiende dag  in ons bed. Wat een avontuur!

De eerste week van onze vakantie is reeds voorbij, en wij zijn volledig gelukkig. Wij hebben ons intussen aan de kleine onaangenaamheden van een rugzakvakantie in Indonesië gewend en eveneens aan de ongelofelijke hitte en de luchtvochtigheid. Aangezien ik reeds een man ben die snel zweet, kom ik geenszins uit het zweten uit. De volgende dag gaat in het safaripark. Met een busreis in het vrije park, de komen tijgers, leeuwen, beren, en de giraffen erg dichtbij aan de auto. Voor 1 Euro, kan men een foto met een Orang-oetang maken. Dit wordt dan een slacht voorhaarlinten, schoenen en alles wat niet vast is. En dit kan met drie mensenapen zeer aanstrengend zijn.

Orang-oetangs in het Safaripark van Bogot.

Onze belangrijkste samenkomst is echter die met een Varaan die zich bewegingsloos in de zon bevindt. Gedurende een feest voor onze opstijging, werd een geo-artikel over de Comodo Varanen omgereikt. Het zijnde  laatste levende Dinosauriërs. Sinds 60 miljoen jaar leven deze op een klein eiland Indonesië. In werkelijkheid wilden wij geenszins naar comodo gaan, maar nu  wij een echte Varaan hebben ontmoet, besluiten wij ons om toch een kleine omweg te doen om deze monsters te gaan bezoeken. Zoals het later blijkt, was dit een gouden idee. Maar nu gaat het eerst naar Pangandaran, aan de zuidelijke kust van Java. Daar komen wij na een busreis van 10 uur aan. Pangandaran is een klein dorp met een eeuwig lang strand met enorme golven. Hier blijven wij zelfs gedurende drie dagen, omdat het ons zo goed bevalt.

De eerste dag maken wij een motortoer door het achterland. Ludwig, onze gids, loodst ons naar verschillende interessante plaatsen. Hoogtepunt is de reis in de Green Canion. In een kleine boomstam paddelen wij op de nauwe rivier stroomopwaarts. Hij is, zoals de naam reeds zegt, groen. Een wonderlijk groen, passend met de gulle vegetatie aan de oeverrand. Wij komen na enkele tijd in een klein ravijn aan. Hier stijgen wij uit onze boomstam en baden ons tussen de rotsen. Eenvoudigweg super! 's Avonds, is er verse vis. Hij smaakt weliswaar zeer goed, maar de volgende ochtend zijn wij ons niet meer zo zeker of hij eveneens goed voor onze maag is. Wij lopen namelijk op de vismarkt. Van hygiëne geen spoor. De vissen bevinden zich eenvoudigweg op de vuile bodem en voor alle dingen in volle zon, natuurlijk niet afgekoeld.

Green River bij Pangandaran.

Vervolgens bekijken wij de visser bij het binnenhalen van de netten. De netten zijn aan land vastgebonden en worden met een boot in het water gebracht. Vervolgens halen de vrouwen de netten terug binnen. De vangst is arm. In de netten bevinden zich 90%  kwallen en afvalstoffen. Daartussen heeft zich van tijd tot tijd van tijd een kleine vis verloren. De afvalstoffen blijven eenvoudigweg op het strand liggen. Dat heeft natuurlijk tot gevolg dat deze opnieuw door de zee wordt opgenomen, en de volgende dag opnieuw in de netten blijft steken. Maar ja, ik ben ook geen visser.

         Vissers aan het strand van Pangandaran.                                   Vissers aan het strand van Pangandaran.

Anders hebben wij ons in Pangandaran een prachtige zonneslag gehaald, alhoewel wij niet eens in de zon gelegen hebben. En de kapper die mijn haren voor 2 Euro in de gang van het huis heeft gesneden, was eveneens zeer goed. Hier geeft het voor de eerste keer, historische culturele bezienswaardigheden te bewonderen. Een beetje buiten van Yogya, bevinden zich de twee grote tempels, Prambanan en Borobudur. Voor elk van deze tempels, nemen wij een hele dag in beslag. Eerst gaat het in de Hindoese tempel, Prambanan.

         Typisch Indonesische overvaart.       Prambanan.

Zij bestaat uit een hoofdtempel en vele kleine tempels, de zogenaamde Candis. Elkeen wordt aan zijn eigen god gewijd. Het geheel werd in de 9-de eeuw gebouwd en volledig zonder mortel gebouwd. De wederopbouw van andere Candis en enkele andere boeddhistische tempels in de omgeving zijn nog in aanbauw. Daarbij werden de rondliggende stenen met een computersimulatie samengevoegd. Op de tempelplaats bevindt zich een podium, waarop men regelmatig hindouistische stukken van Ramayana opvoert. Wij zijn van zo'n presentatie 's avonds getuige. Deze is zeer kleurrijk, met mooie kostuums en veel artiesten. Helaas blijft de inhoud van het stuk ons volledig vreemd.

Prambanan.

In plaats van dat, draagt een groep kinderen die aan de opvoering deelneemt, echter tot algemeen amusement bij. Enkele van deze kinderen schijnen niet te weten wat zij eigenlijk moeten doen en lopen wanordig door elkaar en vallen over hun eigen benen. In het bijzonder valt een kleine jongen op.  Het is de hele tijd met zijn veel te grote broek bezig, die hem regelmatig tot aan de kniekelen valt.
De volgende dag bezoeken wij Borobudur. Dit is de grootste boeddhistische tempel van Zuidoostazië. Zij werd precies in de 9-de eeuw zoals Prambanan gebouwd.Het gebouw bestaat uit een hoge piramide van 40m met een lengte van 110m. Een 5 km lange weg leidt ons ringvormig naar de top van de bedevaartpiramide. Op deze weg, leert de pelgrim alles over het leven van Boeddha en zijn opstijging in het Nirvana.

Bali - Indonesia

Op het hogere platform van de piramide bevinden zich 72  kleine Stupas (klokken). In het midden, bevindt zich een enigszins grotere Stupa. Zij vertegenwoordigt het Nirvana en is volledig ontoegankelijk. Het Nirvana te bereiken, is het hogere doel van de Boeddhisten. Maar alleen maar na een gelovig en goed leven, wordt men in het Nirvana herboren. De tempel is door zijn dimensie en zijn versieringen zeer indrukwekkend.

Borobudur.


Vandaag is hij nog steeds een plaats van volksbedevaart. Nu echter ook voor toeristen. Ook Inheemse toeristen zijn hier eveneens veel voorhanden. Voor hen, schijnen wij echter meer interessant te zijn dan de tempel, want wij blijken nu op minstens 10 foto's, tussen dochters en zonen, van grote Indonesische families te zijn. Bijzonder indrukwekkend is Borobudur bij zonneondergang, wanneer de zon achter het groene oerwoud duikt en het geheel in totale een duisternis verdwijnt. Deze avond nemen wij definitief afscheid van onze twee begeleiders, met deze wij 2 weken tezamen gereisd hebben. Nu scheiden onze wegen zich, aangezien beide weldra naar huis moeten en wij nog 6 weken voor ons hebben.

Tempel van Borobodur in Java.

Ons volgend doel is opnieuw een vulkaan: de Mount Bromo. Maar voor het ogenblik blijven wij nog een dag in Yogya, om de stad te bezoeken. Hier zijn er nog enkele culturele hoogtepunten. Als eerste, Kraton, de zetel en de woning van Sultans Hamengko Buwono X. Zijn ambt heeft weliswaar alleen nog maar representatieve doelen, maar ondanks is de Sultan zeer aangezien, daar hij echt veel invloed tijdens de bevrijdingsoorlogen tegen de Nederlanders heeft gehad. Dezelfde Kraton is echter niet bijzonder interessant. In het hof, speelt een Gamelan orkest. Gamelan is de traditionele muziekvorm van Indonesië. De instrumenten bestaan uit verschillend grote potten die als een Xylofoon met hulp van kleine hamers geslagen worden. Gamelan is van westerse oren zeer ongewoon, aangezien deze geen melodie of een harmonie bevat. Het orkest was bijzonders onharmonisch. Het leek aan een zuiver toevallige opeenvolging van tonen.
Na dit bezoeken wij de vogelmarkt. Hier zijn er vogels in alle kleuren en grote te kopen. Zelfs wanneer Indonesiërs geen dierliefdes volk zijn, worden niettemin enorme bedragen voor vogels betaald. Daarbij komt het bijzonders op het gezang aan. Helaas worden de vogels in veel te kleine kooien gehouden. Gedeeltelijk worden 10 vogels in een zeer kleine kooi gehouden, waarin wij niet één parkiet zouden zetten.
Verder gaat het naar het kasteel van de lusten. Dit enigszins verwaarloosde gebouw heet zo, omdat deze een vroegere Sultan heeft gediend, die vanuit een galerij zijn vrouwen bij het baden opserveerde. Wij beëindigen onze culturele dag met het bezoek van een Wajang Kuli voorstelling. Wayang Kulit is het traditionele schaduwspel van de Indonesiërs. Achter een uitgestrekt doek, zit de Dalang, die met poppen uit leder een schaduwspel op het doek projecteert. Tezelfdertijd is de Dalang de verteller, en maakt gelijktijdig met zijn voeten de geluiden die tot de vertelling passen. De hele voorstelling heeft een mooie atmosfeer, maar daar wij echter de Indonésische taal niet machtig zijn, verlaten wij reeds voortijdig de voorstelling, die normaal 3 uur duurt.

Wayang-Kulit voorstellung.

Dezelfde avond maken wij ons op weg naar ons volgend doel. Voor de eerste keer, zullen wij de Indonesische Spoorwegen proberen. Rond 24 uur zoeken wij een zitplaats in de trein naar Surabaya. Er zijn in werkelijkheid genoeg plaatsen. Maar de passagiers, zonder uitzondering Indonesiërs, dringen om een dubbele bank als slaapplaats voor zich alleen. Na dat wij de volledige trein hebben doorlopen, vinden wij gelukkig nog een dubbele bank vrij die wij ons voor de nacht delen. In Surabaya, die zich reeds in westen van Java bevindt, stijgen wij om in een andere trein Probolinggo. Hier gaat een bus in de bergen naar het Tenggermassief. Dit is een enorme vulkaankrater, waarin zich door latere manifestaties verschillende kleine vulkanen hebben gevormd. Een daarvan is de Mount Bromo, die ons doel is.

Tenggermasief.

De bus brengt ons boven de Tengger-vulkaan, waar een hotel op de kraterrand gebouwd werd. Hier kwartieren wij ons voor de nacht. Van de eetzaal uit, heeft men een wonderbare blik in de enorme krater. Dat de vulkaan nog actief is, ziet men aanstonds. De Bromo is voortdurend aan het dampen en een tweede vulkaankegel daarachter stoot alle paar minuten een kleine wolk in de vorm van een atoompaddestoel in de hemel. Ondanks het wonderlijke blikpunt, zijn wij niet echt gelukkig. Dat komt enerzijds door de grote rode en jukkende vlekken die wij op het gehele lichaam hebben. Een meer diepgaande studie van onze slaapzakken en het muskietnet, brengen ons enkele kleine bruine kevers tevoorschijn: Bedbugs, of ook mestkevers genoemd. De slaapzakken gebruiken wij in het algemeen niet om ons te verwarmen, maar als onderlaag voor de meestal niet al te zuivere lakens.
In de loop van de volgende nacht hangen wij echter echt van onze slaapzakken af, want zelfs in Indonesië, is het bij 2320m hoogte zeer koud. De huisvesting biedt helaas ook niet wat zij belooft. De maaltijd is echt ellendig en ging mij nog tot de volgende dag bezighouden. De kamers zijn erg klein en vuil, het warme water is helemaal niet warm, en de opwekdienst is ook niet meer in functie. Gelukkig hebben wij onze eigen wekker, die ons tegen 2.30 in de nacht wekt. Wij moeten er zo vroeg uit, teneinde dat wij bij zonopgang aan een zeker punt aankomen, om het beste vooruitzicht te hebben, om een grandioos schouwspel van kleuren te kunnen bewonderen. Na een uur moeilijke beklimming, is de slechte maaltijd heftig merkbaar, bereiken wij het uitzichtpunt.
Korte tijd later komen de eerste zonnestralen boven de berg. Het is het begin van de boeiendste zonopgang van mijn leven. De zon is vuurrood en duikt het hele Tenggermassief in een roodbruine kleur. Maar de steenwoestijn voor ons wijzigt zijn kleur van minuut tot minuut, rood, bruin, oranje, geel. Het fotoapparaat staat niet stil. Vervolgens stijgt de mist langzaam uit de krater en verdampt zich. De vulkanen voor ons, schitteren ondertussen blauw. De steenmassa’s lijken ondertussen op een olieschilderij. Het hele schouwspel is in enkele minuten voorbij. Als men dichtbij de evenaar is, schijnt de zon zich te haasten om aan Zénith te komen. Maar deze minuten zullen altijd onvergetelijk blijven.

Gunung Bromo.

Normaal zou echter een excursie in de krater op het programma staan, maar de vermoeidheid en onze aangeslagene maag hebben ons opnieuw in ons bed gedreven. 5 uur van slaap halen wij terug op, voordat wij het hotel verlaten, om ons een andere huisvesting te zoeken. Wij landen in Yoschi' s Guesthouse, een tip uit onze reisgids. Het blijkt dat dit de mooiste huisvesting van onze vakantie zal zijn. De kamer is comfortabel met muurtapijten en een enorm comfortabel bed, zonder insecten. Het restaurant is typisch Indonesisch en de maaltijd smaakt opmerkelijk goed. En de warme douche levert werkelijk warm water. Dat is overigens de eerste en laatste warme douche van onze vakantie. En alles tegen een prijs van 3 Euro voor een dubbele kamer. Een echte tip.
Wij annuleren de bestijging van  Bromos voor de volgende dag. Ons volgend groot doel is het eiland Komodo, en daar willen wij nu zo snel mogelijk naartoe gaan.  Tussen ons en Komodo bevinden zich echter nog ongeveer 400 km en 3 eilanden. De volgende etappe is echter niet zo verweg. Wij willen naar Denpasar, de grootste en bekendste stad op het  eiland Bali. Toch der verdere reis verloopt volledig anders als geplant. 's Ochtends gaan wij de Bemo terug naar Probolinggo, de volgende grotere busstation, en kopen twee biljetten voor Denpasar. De bus heeft aanschijnend slechts 7 uur nodig. Maar 1½ uur later is de bus zelfs nog niet gestart. Met help van de politie, krijgen wij minstens een deel ons geld terug en kopen twee biljetten voor de volgende bus. Deze zet zich tenslotte 1½ uur later op de weg. Maar verbazingwekkend stop deze 2 uur later, en ons wordt met handen en de voeten klaargemaakt, dat wij nu 3 uur pauze hebben. Oops! Maar deze geforceerde pauze zal interessanter worden dan voorzien.
Wij vallen volgende "Warung" binnen. Een Warung is een klein straatrestaurant dat slechts uit de enkele panelen bestaat en dat in het algemeen een typisch Indonesische maaltijd aanbiedt. Het is echter altijd zeer goedkoop en eveneens nog zeer goed. In deze Warung schijnt echter nog nooit een buitenlander gegeten te hebben. De mensen bekijken ons, alsof wij van de maan kwamen. Nu ja, men glimlacht en men begroet elkaar in gebroken indonésien: "Aba kabar!" Dat verheugt meestal de mensen en breekt het ijs. Korte tijd later bevind me aan tafel met een inlander voor een schaakspel en de hele mensenschaar verzamelt zich eromheen. Wij kopen de een of andere fles bier voor onze nieuwe "vrienden" en dat ontwikkelt zich snel in een klein feest, waarbij men zich met handen en  voeten te vertaan weet. Natuurlijk presenteer ik hun ook enkele goocheltrucjes, met de voorwerpen die ik om mij heen kan vinden. Verschillende houden mij voor een “Animist”, die leven in de voorwerpen blaast, en hen alzo een geest geeft. En zijn er zelfs bij, die een beetje achteruit gaan, maar blijven met verbazing toch verder kijken.De pauze wordt aldus zelfs nog aangenaam.

Seuqcaj presenteert enkele goocheltrucks in een Warung in Jembe.

De bus heeft opnieuw een uur achterstand voordat hij doorgaat. De bus is intussen volledig overbeladen. En dat heet niet alleen dat alle plaatsen uitgeboekt zijn, maar dat de personen zich de plaatsen verdelen en in de gang zitten en liggen. Daar komt nog aan toe, dat iedereen zijn bagages in de bus meeneemt. De bagages stellen zich hoofdzakelijk uit voedsel samen die op de markt gekocht werd, rijst, groenten en kippen. In de bus heerst daardoor een absoluut chaos. Aangezien het zelfs in de nacht nog 30 graden is, wordt de lucht in de bus steeds onverdraaglijker. Dat heeft dan tot gevolg dat de ene passagier na de andere ziek wordt. Indonesiërs zijn daarvoor zeer aanvallig. In alle hoeken, vullen zich plasticzakken. Daarvan ongestoord, maak ik het mij zo aangenaam als mogelijk. Dit is meestal niet zo eenvoudig, daar de bussen aan de lichaamsgrootte van de Indonesiërs aangepast zijn. Aangezien ik ongeveer 1½ hoofd groter ben dan de gemiddelde Indonesiër, valt het mij moeilijk mijn lange benen onder te brengen.
Wij komen tenslotte ondanks alles in Denpasar aan, met in totaal van 7 uur achterstand en wij besluiten, de volgende grotere afstand niet meer met een openbare bus te maken, maar met een comfortabelere toeristenbus. Van Denpasar gaan wij met een taxi naar Kuta door. Kuta is de burcht van het toerisme in Bali, het Mallorca voor de Australiërs. Wij stijgen tegen 5 uur 's ochtends uit de taxi en bevinden ons aanstonds voor een blauw-wit versierde Bavarisch restaurant. Het is open. Op de kaart bevinden zich, gebraden kip en Frankfurter worstjes. Korte tijd daarna bevinden wij ons voor een grote  portie frieten met veel mayonaise en lezen vervolgens verschillende kranten en tijdschriften van bij ons. Dat is ons natuurlijk enigszins onaangenaam, maar na 3 weken Nasi (gebraden rijst) en Bami (gebraden meelwaren) doet dit ons goed. Wij profiteren van deze beschaafde plaats om onze kleding te laten wassen, en wij liggen een beetje ons het zwembad onder de vlaggen, en reserveren een vlucht van Denpasar naar Jakarta voor onze terugreis.
Dan gaat het verder naar het Oosten. Wij zoeken de busterminal namens Kereneng.  IIn indonésien, spreekt men hoofdzakelijk de geschrevene "e" niet uit, maar met het woord Kereneng, was ik zeker dat men de "e"s uitsprak. En aldus, hebben wij ons op deze wijze om de terminal Kereneng geïnformeerd, maar geen enkele mens heeft ons verstaan. Ik heb dus een voor een de "e"s dan achtereenvolgens weggenomen. En zie aan, wanneer ik slechts alleen nog “krng” uitsprak, heeft men ons begrepen. Een zeer vreemde taal. Wanneer wij tenslotte de terminals hebben gevonden, gaan wij naar Padang Bai, de oostkust van Bali. Wij willen niet te lang in Bali blijven en in de richting Komodo verder reizen. Bali reserveren wij ons voor de laatste week van onze vakantie. Wij blijven ondanks alles twee dagen Padang Bai hangen, omdat wij kennis gemaakt hebben van twee aangename mannen uit Frankrijk. Rudy en Pierre. Met hen, maken wij een excursie naar Goa Lawah, in een vleermuisgrot.

Goa Lavar - Vleermuisgrot


Deze maakt zijn naam alle eer. De grote grottoegang is overbevolkt met vleermuizen. De rotsen zijn wegens de massa van dieren nauwelijks nog te zien. Men kan de diepte van de grot in de rotsen niet schatten, maar het gefladder van duizendtallen van vleermuizen, laat daaruit sluiten, dat het een vrij grote grot is. Er ingaan is echter zeer gevaarlijk, omdat vleermuizen zich gemakkelijk in de haren van de indringers vervangen. Bovendien is het zeer waarschijnlijk dat alleen maar een kort moment in de grot, tot gevolg heeft, door een hoop afval van de vleermuizen bombardeert te worden. Maar nu willen wij tenslotte verder naar Komodo, en dit zonder onderbreking. Wij nemen de pont naar Lombok. Daar nemen wij de bus die Lombok oversteekt en die ons met de pont naar Sumbawa oversteekt, en ons na 22 uur aan de oostkust van Sumbawas, in Sape afzet. Van hieruit starten de boten naar Komodo. Wij komen er 's ochtends rond 5 uur aan, maar vandaag gaat geen enkele boot meer naar Komodo. Wij gunnen ons dus een vrije dag.
Sape is volledig anders als alles wat wij tot hiertoe van Indonesië hebben gezien. Het klimaat is hier droog en aldus ziet men geen groene bomen, maar alleen maar steppe en stof. De volgende dag stijgen wij op de boot, die ons naar de Varanen brengt. Het eiland Komodo is de enige plaats, waar men de Varanen van Komodo in de vrije natuur kan zien. Deze dieren van de familie van de hagedissen, leven sinds 60 miljoen jaren op dit moeilijk toegankelijke eiland, en werden eerst maar in 1912 ontdekt. Een Varaan kan tot 4m lang en 150 kg zwaar worden. Hij kan zwemmen en hij is zo snel dat hij een hert inhaalt. Zijn machtige staart dient als dodelijk wapen en zijn 60 cm lange tong verbreid een giftige substantie. Deze beschrijving laat het bezoek op Komodo een gewaagd gebeurtenis worden. Wij zijn nieuwsgierig. Na het aanleggen van de boot komt men aanstonds tot de enige huisvesting van dit eiland.
Direct aan het strand zijn enkele huizen van hout opgesteld. Het is niet aanbevolen om het huisvestingscomplex zonder gids te verlaten, om niet een van de Varanen te ontmoeten. Maar reeds de eerste avond, wanneer wij juist goed ons plaatsen ingericht hebben, bereikt ons een mededeling, dat aan het strand, een Varaan een hert heeft verovert. Moedig zoals wij zijn, wagen wij ons tot bij het monster. En dan, ontmoeten wij onze eerste Varaan. Van op een zekere afstand, observeren wij, een Varaan van niet minder als 3m lang, ongestoord rond een hert kruipt en met zijn grote snuit een groot stuk vlees verscheurt, om deze grote happen te verslinden. Volkomen zo moedig zijn wij niet, en wij trekken ons na enkele minuten terug. Tenslotte willen wij grote voeding de volgende dag niet missen.

Het Komodo eiland.


De excursie met het oog op de voeding begint reeds rond 6.30 uur. Met 20 andere toeristen, maken wij ons op de weg, naar de 2,5 km verwijderde voedingspost. Onbewust hopen wij om aan het minst 3 of 4 Varanen te zien. Na 20 minuten worden wij geconfronteerd met een paneel: "Dangerous Area! Watch out komodo crossing!"  Groot lachen in de groep. Maar de lach blijft ons in de keel, wanneer enkele stappen later, 3 enorme Varanen vanuit de struiken wegkruipen, ver alvorens wij in de gesloten en beschermde voedingssector aankomen. De twee gidsen, die alleen maar gewapend zijn met lange stokken, hebben alle handen vol te doen om de dieren ver van ons te houden. Snel maar discreet, springen wij achter de zekere omheining.

Komodovaranen.

Van hieruit kan men in een diepgaande holte zien. Een van de gidsen smijt de meegebrachte geit naar beneden. Weinig minuten later komen de Varanen van alle richtingen. 14 Varanen vallen op het dode dier. Zij verscheuren het en trekken aan alle hoeken en verslinden de Geit met huid en beenderen. Een ademberovende aanblik. Een half uur duurt deze voorstelling. Vervolgens leggen de monsters zich verzadigd in de warme zon, en wij maken ons nog volkomen verward op de terugweg. Wat voor een avontuur!

         Komodovaranen.       Komodovaranen.

Wij ondernemen twee andere excursies op het eiland. Wij lopen 's middags langs het strand naar een visser dorp. Op dit uitgedroogd eiland, wonen tot onze verwondering toch een handvol mensen met deze beangstigende dieren. Ook tijdens deze wandeling ontmoeten wij eveneens drie Varanen. Bijgevolg hebben wij eveneens voortdurend een slecht gevoel. De volgende dag stijgen wij met een gids op de hoogste berg van Komodo. Na 1½ uur moeilijke bestijging, hebben wij een wonderlijke blik over het hele eiland. Na de zomertijd, moet deze aanblik nog fascinerender zijn, want dan groeien tussen de bruine stenen, enkele groene planten. Momenteel is alles verdort en uitgedroogd. Na deze uitputtende tour, bereiden wij ons voor het vertrek voor. De omweg naar Komodo heeft zich echt geloond. Ondertussen hebben wij nu ook de helft van onze vakantie achter ons.

Komodo-Indonesia.

Wij hebben grote indrukken tijdens deze 4 weken verkregen. Wij zijn reeds nieuwsgierige wat de 4 volgende weken ons zullen brengen. Wij maken ons opnieuw op weg naar het Westen. Wij willen het eiland Sumbawa niet bezoeken en ons eerder op Lombokund Bali concentreren. Bij het omstijgen in een busterminal in de hoofdstad Sumbawas, bekomen wij echter nog iets aangeboden. Uit een overladen bus, hangt een ossenkop uit de deur. Wanneer wij deze meer omstandig bekijken, zien wij dat eveneens de rest van de os zich in de bus bevindt. De eigenaar van dit dier moest waarschijnlijk zelfs geen toeslag voor zijn bagage betalen. Ik vraag me alleen maar wat een bestuurder van een Belgische bus zou zeggen, als een passagier met een dode os aan de bushalte zou wachten.

Overladen bus op Sumbawa.


Voor de terugreis naar Lombok, laten wij ons een beetje meer tijd dan op de heenreis.  Na 4 dagen komen wij in Sengiggi aan, een toeristenplaats aan de westerse kust van het eiland. Over deze plaats valt er niet veel te berichten. Aan plaatsen waar veel toeristen zijn, is er een groot internationaal aanbod. In een restaurant, wordt een T-Bone-Steak als grote specialiteit aangeboden. Het enige vlees dat wij aan de laatste 6 laatste weken hebben gegeten, was een kippenvlees, en dan merendeel hoofdzakelijk zeer matig proportioneert en onvoldoende. Aldus gun ik mij een lekkere T-Bone-Steaks. Helaas was deze op dezelfde wijze als de koeien in dit land: half verhongert en taai. Als volgende, willen wij op de "Gilis" die ons reeds herhaaldelijk werd aanbevolen. De Gilis zijn drie zeer kleine eilanden, Noord-Westlich van Lombok. Hier zou het bijzonder mooi zijn om te duiken. En niet alleen dat. Als eerste gaan wij naar Gili Air. Men kan het eiland in 1½ uur gemakkelijk omreisen. Er zijn zeer weinig overnachtingsmogelijkheden, en die bestaan eenvoudig uit mooie houthutten.
Aangezien er geen enkel restaurant op het eiland is, bieden de huisvestingen volledig pension aan. Iedereen bekomt een lamp olielamp, aangezien na 20.00 uur deze de enige mogelijkheid bied om licht te bekomen. Er is immers geen elektriciteit op de Gilis en de kleine generatoren die de pensionen hebben, worden na 20.00 uur uitgeschakeld.

Kelimutu-Indonesia.

Met kaarsen komt men ook niet vooruit, daar deze een ongelooflijke veelvoud van insecten aantrekken. Het eiland is wondermooi en bestaat in werkelijkheid slechts uit strand en kokospalmen. Aanstonds bij aankomst, huren wij ons een volledige duikuitrusting. Wij gaan voor de eerste keer aan deze plaats duiken en zijn aangenaam verwondert. Er zijn koralen in alle denkbare kleuren en eveneens vele vissen. Melissa heeft zelfs een kleine Kat-haai gezien.

Gili Air.

De volgende dag verplaatsen wij ons op Gili Terawangan. Dit eiland is iets groter als Gili Air, anders echter identiek. Duiken kan men hier eveneens goed. Gedurende enkele dagen profiteren wij doodeenvoudig van onze vakantie op de Gilis. Maar als volgend staat opnieuw een moeilijker hoogtepunt op ons programma. Normaal wilden wij naar Seneru, om twee watervallen te bezoeken, die zich wondermooi in het oerwoud bevinden, maar alles komt helemaal anders. Op de weg naar Seneru, leren wij Joanna en Jack kennen, een paar uit Chicago, waarmee wij ons van de eerste dag aan goed begrijpen. Beide overtuigen ons om met hen de Rinjani te beklimmen, de hoogste berg van Lombok. Dat blijkt een volkomen opmerkelijk idee te zijn. Maar vooreerst gaat het naar de watervallen, die zich echt wonderlijk in de rimboe bevinden. Wij baden daar in het eiskoude water.

Watervallen in Seneru, Lombok.

's Avonds beginnen wij met de voorbereidingen voor onze vulkaanbeklimming. Wij willen een 3 dagentour maken. Wij lenen aldus een tent, slaapzakken en een beetje vaatwerk. Alzo ook met voedsel. Op zoek naar rijstwijn, maken wij kennis met Fauli, de eerste Indonesiër die Duits spreekt. Echter alleen maar twee zinnen: "Ik ben dom als bonenstrooi" en "ik heb een kleine banaan." Maar wij verkrijgen minstens onze rijstwijn. De volgende morgen starten wij om 5 uur. Wij willen naar boven op de kraterrand en dezelfde dag nog naar beneden in de krater. Maar na 2½ uur snelle beklimming, ontmoeten wij 4 bavariërs. Volledig verzwakt en half verdort, raden zij ons van deze beklimming af. Tot aan de kraterrand duurt het waarschijnlijk 10 uur, en er is geen water. En tenslotte is vorige week, een man op de Rinjani dodelijk verongelukt. Wij zijn volledig destabiliseert, en aangezien wij slechts 3 liter water voor 4 personen mee hebben, besluiten wij om de beklimming af te breken.
Een 5-de bavariër uit deze groep, die zich niet meerstaande kan houden, helpen wij nog, de rest van de berg in naar beneden gaan. Wij zijn volledig gefrustreerd en zitten tegen de middag terug in het restaurant in Seneru. Maar echt eerst gefrustreerd zijn wij, wanneer ‘s namiddags verschillende personen goed geluimd van de berg onderkomen, en ons vertellen, hoe prachtige het daar boven is, en helemaal niet vermoeiend. De beklimming is gemakkelijk uitvoerbaar in 6 uur. Aldus treffen wij opnieuw onze voorbereidingen voor de beklimming voor de volgende ochtend. Uit veiligheid verplichten wij nog een drager. De beklimming, waarbij wij de wolken doorbreken, is uiterst uitputtend. Ondanks dat, bereiken wij zoals voorzien na 6 uur de rand van de krater. De uitblik is ongelofelijk. Wij kijken binnenin de grote krater op een glasklaar meer.

         Rinjani-Beklimming.       Rinjani-Beklimming.

Een kleine krater heeft zich na een uitbarsting gevormd. Na een korte pauze, maken wij ons op de weg naar het kratermeer. Onze drager, die trots een verkoudheid en licht schoenwerk (badsandalen) de beklimming zonder problemen gemeesterd had, is zeer gelukkig, als wij ons van hem scheiden, en hij de terugweg naar Seneru neemt. Rond 16.00 uur komen wij aan het kratermeer aan. Enkele andere groepen zijn reeds daar, en alzo ontstaat een klein vakantiekamp met een kampvuur. Zo zitten wij nog enkele uren rond het vuur, alle fier van de geslaagde beklimming. De volgende dag baden wij in het kratermeer en in de hete zwavelbronnen. Wij voelen ons super goed. S’ Namiddags stijgen wij opnieuw op de kraterrand. Hier willen wij de tweede nacht doorbrengen.

Rinjani-Beklimming.

Wij zien op 3200m hoogte, een wondermooie zonondergang boven de wolken. De zon verdwijnt aanstonds achter de Gunung Agung, de hoogste berg van Bali onder. Wij zitten opnieuw rond het kampvuur en drinken de rijstwijn, die wij de hele tijd met ons hebben meegesleept. Deze is eveneens verantwoordelijk voor het feit dat wij de volgende dag met een kater opstaan. Jack offert zijn T-Shirt op, ter vervanging van toiletpapier. Men kan niet aan alles denken. De afdaling is na alleen maar 4 uur geslaagd. Deze tour was een enorme ervaring, dat na ons niet meer veel personen hebben kunnen maken. Want enkele maanden later heeft de Rinjani opnieuw een uitbarsting gehad en worde lang onbereikbaar. Met Jack en Joanna zetten wij de reis naar Tete Batu voort. Hier ontmoeten wij Simon, een Indonesische gids. Met hem willen wij in werkelijkheid alleen een kleine reis door het oerwoud maken. Simon nodigt ons 's avonds op een etentje uit. Daarbij ervaren wij interessante dingen over de bevolking van Lombok.

Lombok-Indonesia.

Simon heeft nooit een school bezocht. Hij verdiend zijn leven als drager van Mahagoniehout. Hij leeft in betrekkelijk goede omstanden, maar ondanks dat, heeft hij in zijn huis geen lopend water, en aldus ook geen toilet. In het ganse huis, zijn er slechts twee meubelstukken, een divan en een tafel in zijn woonkamer. Daarop is hij zeer fier. Hij hoopt dat zijn zonen een betere opleiding krijgen als hijzelf. Alleen de elementaire primaire school is verplicht en gratis in Indonesië. Veel mensen kunnen het zich echter niet veroorloven, om hun kinderen voor het landbouwwerk op te geven, of zijn niet in staat het geld voor de boeken en uniform voor de school op te brengen. Aldus is de geëiste leerplicht  in werkelijkheid voor veel families niet maakbaar. De mooie avond eindigt met onze nieuwe drankmengeling: Wijn en Sprite.

Tanatoraya-Indonesia.

De volgende ochtend nemen wij afscheid van Joanna en Jack en reizen verder in het zuiden van Lombok, naar Kuta Lombok. Hier zijn er de langste en kalmste stranden dat wij ooit gezien hebben. Gedurende 3 uur wandelen wij parallel aan de zee, zonder een menselijke ziel te ontmoeten. Vervolgens bereiken wij Tajung An, het mooiste strand in deze sector. Gezegd en geschreven, liggen 5 toeristen in de zon. Helaas zal dit intussen eveneens veranderd zijn en bevind zich aan de kust nu waarschijnlijk het ene hotel naast het andere. Intussen blijft er ons noch 2 weken vakantie, maken wij ons op de weg naar Bau. Want daar, schijnt het, het allermooiste te zijn. In eerste plaats reizen wij naar Candi Dasa, een klein toeristendorp in het oosten van het eiland.

Strand van Kuta Lombok.

Van hier beginnen wij een motortoer in het achterland en zien, waarom Bali zo beliefd is. Het landschap is echt wonderlijk met zijn rijstaanplantingen. Gedurende onze vaart merken wij, dat aan wegrand zich vaak kooien bevinden, waarin zich strijdhanen bevinden. De hanenstrijd is een beliefde vrijetijdsactiviteit van de Balinese mannen. De strijdende dieren worden door hun eigenaars, verzorgt en gepleegd, en omdat deze zich niet zouden vervelen, worden zij aan de wegkant geplaatst.

Reisvelden bij Candi Dasa.

Wij stuiten op de terugkeer op een religieuze plechtigheid. Bij elke volle maan trekken de priesters naar een zekere tempel, om daar offers af te geven. De mensen zijn wonderschoon bekleed en brengen manden die rijk met allerlei vruchten en groenten gevuld zijn in de tempel. Dit lijkt alles volkomen grandioos, maar is uit ons kapitalistisch standpunt onbegrijpelijk, dat mensen meer opofferen dan zij zelf hebben om te leven. Tenslotte rotten de offers, en vroeg of laat zullen zij weggeworpen worden.

Religieuse ceremonie op Bali.

Voor Candi Dasa, waren er vroeger vele wonderlijke koraalriffen. Helaas werden deze koraalriffen voor de visvangst opgeofferd. In deze plaats, word namelijk veel met dynamiet gevist. Tijdens het opblazen zwemmen de stervende vissen vervolgens aan de oppervlakte en zijn gemakkelijk te vangen. Daarbij werden de koraalriffen volkomen vernietigd, dat miljoenen van jaren gebruikt heeft om te ontstaan. Men kan het de vissers zelf nog niet kwalijk nemen, aangezien zij met deze goedkope aard van vissen, hun overleven zekeren. Wij reizen verder naar Ubud. Ubud bevindt zich in het centrum van Bali en is niet alleen geografisch gezien, maar ook het culturele en artistieke centrum van het eiland. Hier is alles te kopen wat artistiek op Bali word vervaardigt: Sieraden, beeldhouwwerken, weverijen en nog veel meer. Ons boemelen eerst maar door de stad en laten de kunstwerken ons werken. In Ubud, zijn er echter eveneens vele toeristen.
Dit heeft het voordeel dat elke dag traditionele festiviteiten met Indonesische dansen plaatsvinden.

Theatrale dans in Bali.

Deze avond is er een Legang voorstelling. Daarbij worden 6 verschillende dansen opgevoerd. De danseressen, die alle niet ouder zijn dan 14 jaar, dansen op de muziek van een Gamelan orkest. De voorstelling bevalt ons zeer goed, zelfs wanneer wij nog altijd niet aan de muziek gewoond zijn. De volgende dag bezoeken wij de nabijgelegen dorpen. Hier ontstaan de goederen die in Ubud worden verkocht. Elk dorp heeft zijn eigen "specialiteit". Wij bezoeken het dorp Mas, waar uitsluitend beeldhouwwerken in hout worden vervaardigd. In Puaya, zijn er de beste Wayang Kulit figuren en in Ciluk wemelt het van zilver en goudsmeden. Dan moeten wij snel naar Ubud terugkeren, waar deze avond de Kecak dans, opgevoerd word. Met deze dans zitten veel mannen rond een vuur en maken geluiden, op die de verklede dansers zich verplaatsen. Deze dans is typisch Indonesisch en zeer indrukwekkend. Vervolgens worden nog twee trance-dansen aangeboden. Zij dienen tot het verdrijven van boze geesten en zieke lichamen. Bij de eerste dans, brengen twee danseressen zich zo diepgaand in trance, totdat zij onmachtig op de bodem vallen. Hetzelfde gebeurt eveneens bij de tweede trance-dans, tijdens dewelke een man zo diepgaand in trance is,dat hij geen pijn voelt wanneer hij door gloeiende kokosnoten loopt.
De demonstratie is uitsluitend voor de toeristen en verliest daardoor iets van zijn aantrekking, maar ondanks zijn wij zeer tevreden. De volgende dag bezoeken wij het “Monkey-Forest”. Zoals de naam reeds zegt, zijn er hier een hoeveelheid van apen, vooral de op Bali bekende Markaken. Dit soort aap is klein, grijs en ongelooflijk frivool. Een kleine intelligenter heeft zelfs zijn handen in mijn broekzak gestoken, om lekkernijen proberen te vinden. De rest van de dag moeten wij helaas in een café verbrengen, het regent pijpenstelen. Dat zal ons nog vaker de laatste dagen van onze vakantie voorkomen, want de regentijd is reeds begonnen. De laatste week van onze vakantie begint, zoals de voorlaatste opgehouden heeft. Met regen. Ondanks maken wij ons op de weg, om een traditionele begrafenisplechtigheid bij te wonen.

Monkey Forest, Ubud.

Een man van een hoge Indonesische kaste is gestorven. De begrafenis van zo'n persoonlijkheid wordt met een groot feest verbonden. De Balinezen geloven in het leven na de dood, en aldus is er voor hen geen reden voor rouw. Een houding die ons als buitenlander zeer vreemd is, en tezelfdertijd eveneens bewonderen. De verstorvene wordt in een grote vieringsprocessie naar de begraafplaats gedragen. De dragers draaien zich bij deze gelegenheid verschillende keer in een cirkel, teneinde dat de slechte geesten zo geïrriteerd worden, zodat deze de overledene in zijn nieuw leven niet kunnen volgen. Aan de begraafplaats, wordt de verstorvene in zijn doodkist geplaatst. Deze heeft de vorm van een enorme os en is rijk versierd. Na lange redevoeringen van geüniformeerde sprekers, wordt de doodkist in vuur gezet. De plechtigheid lijkt op een volksfestiviteit. Honderdtallen van mensen liggen en vervolgen de gebeurtenissen. Daarbij schijnen zij geenszins droevig te zijn. De Balinezen gaan met het overlijden anders om dan bij ons.

Balinesische begrafenis.

Wij hebben ons de volgende dag vrijgenomen, om een uitgestrekte wandeling in de rijstvelden te maken. In Bau, zijn er de mooiste rijstvelden die wij in heel Indonesië gezien hebben. Het landschap is echt fabelachtig. Dat is eveneens de reden, waarom Bau zo beliefd is. Helaas worden daardoor veel toeristen aangetrokken, zodat men de schoonheid nauwelijks nog genieten kan. Wij  veranderen nu voor de laatste keer nu onze huisvesting. Wij keren terug naar Kuta, om van hieruit nog enkele tempelbezoeken te maken. Bau is waarschijnlijk de heiligste plaats op aarde van deze wereld.

Rijstvelden bij Ubud.

Aan elke hoek vindt men een tempel en elk is meer of minder versierd. Wij lenen ons bromfiets, om twee tempels in het zuiden te bezoeken. De Ulu Watu bevindt zich wondermooi op een klif. Hij maakt deel van de 6 heiligste tempels van Bali, wat reeds zeer aanzienlijk is,met zo'n overvloed van tempels. Helaas betekent dat eveneens, dat deze van souvenirstanden en handelaars omgeven zijn. Op de weg naar de tweede tempel, maken wij nog een kleine omweg naar een surferstrand. Bau is eveneens bekend voor zijn goede mogelijkheden om te surfen. De golven zijn enorm en vele surfers zijn in het water. Verder gaat het alzo naar de volgende tempel, de Oura Siwi. De Balinezen bouwen altijd een steenwand achter de toegang van hun tempels, die men telkens heromlopen moet. Dit heeft zijn goede reden. In Bau, gelooft men immers dat boze geesten niet achter een hoek kunnen lopen. Dus zodra zij een tempel willen binnengaan, lopen zij tegen de steenwand.

Kinderen in Sape, Sumbawa.

De laatste vakantiedag breekt aan. Wij maken onze laatste inkopen en wij gaan nog een beetje op het strand liggen. De volgende dag zullen wij Indonesië verlaten. In de loop van de 6 laatste weken hebben wij echt vele ervaringen opgedaan en een hoop van dingen beleefd. Dit was met zekerheid een van onze mooiste vakanties die wij hadden en zeker nog de ene of andere week had kunnen verder duren. Wij verheugen ons ondanks alles eveneens op t’ huis. Er waren niettemin toch verschillend dingen,  die men in de loop van de laatste weken vermist heeft. Dat begint met een Grand-Marnier en een warme badkuip even zogoed als een pas opgemaakt bed. Alsook mijn optredens en mijn fans. Maar wij verheugen ons in het bijzonder om de reisexperimenten te kunnen meedelen aan onze vrienden. En aldus, loopt de vakantie in een van de mooiste landen van de wereld af.

Ikzelf en Melissa.

                                                                                                         Seuqcaj Named

REIZEN-NL

SHOW-TOUR